Waarom WordPress terrein verliest, volgens de oprichter van Yoast
WordPress verliest voor het eerst in jaren marktaandeel, en juist de oprichter van Yoast is een van de critici. Wat speelt er, en wat is het alternatief?
WordPress draait al jaren zowat het halve web. Zo vanzelfsprekend dat “we zetten het wel even op WordPress” voor veel bedrijven het standaardantwoord werd. Maar dat verandert. Voor het eerst in jaren loopt het marktaandeel terug, meerdere maanden op rij. En een van de luidste critici is uitgerekend iemand die groot werd mét WordPress: Joost de Valk, de Nederlandse oprichter van Yoast.
Wat is er aan de hand?
WordPress verliest sinds eind 2025 marktaandeel, en die daling versnelt in 2026. Volgens de meetcijfers van W3Techs zakte het van ruim 43 procent eind 2025 naar zo’n 41,5 procent in juli 2026, na een half jaar van onafgebroken achteruitgang. Dat klinkt bescheiden, en dat is het ook, maar het is wél de eerste echte terugval sinds de metingen begonnen. Jarenlang ging de lijn alleen maar omhoog.
Belangrijk: WordPress is nog altijd verreweg het grootste systeem op het web. Dit is geen instorting, maar een kentering. De vanzelfsprekendheid is eraf.
De rol van de oprichter van Yoast
Joost de Valk bouwde Yoast, de SEO-plugin die op miljoenen WordPress-sites draait en jarenlang symbool stond voor het WordPress-succes. Uitgerekend hij trok de afgelopen tijd hard aan de bel. Zijn kritiek gaat niet over de software, maar over hoe WordPress bestuurd wordt: in de praktijk door één persoon, medeoprichter en Automattic-topman Matt Mullenweg.
Na een publiek conflict tussen Mullenweg en hostingpartij WP Engine liep de spanning hoog op. De Valk pleitte voor democratischer, meer verdeeld bestuur, waarna zijn toegang tot WordPress.org werd geblokkeerd wegens vermeende plannen om WordPress af te splitsen, iets wat hij ontkende. In 2025 lanceerde een groep betrokkenen daarop een eigen initiatief (FAIR) om de infrastructuur onafhankelijker te maken van één persoon. Kort gezegd: het vertrouwen in de leiding kreeg een flinke deuk, en dat werkt door in hoe mensen naar het platform kijken.
Het gaat niet alleen om ruzie
Zou je het bij bestuurlijk gedoe laten, dan mis je de helft. Er spelen ook structurele dingen die losstaan van welk conflict dan ook:
- Beveiliging. Het overgrote deel van de kwetsbaarheden zit niet in WordPress zelf, maar in plugins. In 2025 werden er duizenden nieuwe lekken gemeld, fors meer dan het jaar ervoor, en ruwweg negen op de tien daarvan zaten in plugins of thema’s. Wie veel plugins draait, vergroot zijn risico.
- Snelheid. Bezoekers en zoekmachines verwachten snelle sites. Een WordPress-installatie volgestapeld met plugins haalt dat lang niet altijd.
- De plugin-belasting. Voor elke functie een plugin betekent doorlopend onderhoud, terugkerende kosten en afhankelijkheid van makers die er ooit mee kunnen stoppen.
- Betere alternatieven. Er zijn volwassen, moderne opties bijgekomen, van complete websitebouwers tot snelle, kale technieken die zonder al die ballast werken.
Waar gaan die sites dan heen?
Het opvallendste in de cijfers: de grootste groei zit niet bij een concurrerend CMS, maar bij sites zónder traditioneel systeem eronder. Steeds meer bedrijven kiezen voor een site die op maat is gebouwd en precies doet wat nodig is, in plaats van een zwaar systeem dat alles voor iedereen moet kunnen.
Astro als alternatief
Een van die moderne technieken is Astro. In plaats van een zware installatie met tientallen plugins levert Astro een kale, razendsnelle website op die alleen bevat wat je echt gebruikt. Het gevolg: een veel kleiner aanvalsoppervlak (dus veiliger), betere laadtijden, en geen afhankelijkheid van een plugin-ecosysteem dat je eeuwig moet blijven bijwerken. Voor een bedrijfssite die vooral moet informeren en overtuigen, is dat vaak een betere match dan WordPress.
Heb je nu al een WordPress-site? Zo check je of je risico loopt
Paniek is niet nodig, maar een korte check wel zinvol. Een paar dingen die je zelf kunt nagaan:
- Tel je actieve plugins. Ga naar je WordPress-beheeromgeving en kijk hoeveel plugins er geïnstalleerd en actief zijn. Tien of meer is niet ongebruikelijk, maar elke plugin is een extra stukje code dat onderhouden moet worden en dus een extra risico vormt.
- Check wanneer plugins voor het laatst zijn bijgewerkt. Een plugin die al meer dan een jaar geen update heeft gehad, wordt mogelijk niet meer actief onderhouden door de maker. Dat is een risico, zeker als de plugin toegang heeft tot gevoelige delen van je site.
- Test je laadsnelheid. Een gratis test via bijvoorbeeld PageSpeed Insights laat direct zien of je site traag is, en vaak ook waardoor. Veel plugins die elk hun eigen scripts laden, zijn een bekende boosdoener.
- Vraag jezelf af: gebruik je elke plugin nog écht? Plugins die je ooit installeerde voor een functie die je allang niet meer gebruikt, kun je vaak gewoon verwijderen.
Kom je hieruit met een lange lijst verouderde plugins en een trage site, dan is dat geen reden tot paniek, maar wel een concreet signaal dat onderhoud (of een overstap) de moeite waard is om te overwegen.
Betekent dit dat WordPress dood is?
Nee. WordPress blijft het grootste systeem op het web, en voor wie zelf veel content beheert of een heel specifieke plugin nodig heeft, is het nog steeds een prima keuze. Het punt is dat het niet meer automatisch dé standaard is. Het loont om bewust te kiezen in plaats van WordPress te nemen “omdat iedereen dat doet”.
Twijfel je welke kant je op moet, lees dan WordPress of maatwerk, of kijk direct naar wat een snelle site met Astro voor je kan betekenen. Wil je toch met WordPress verder? Ook goed, zolang het een bewuste keuze is.